Terug naar overzicht
Hieronder treft informatie aan m.b.t. geluid opgesteld door ons bureau en/of derden.
(Gebruik van deze informatie is geheel voor eigen risico, er kunnen op generlei wijze rechten of claims aan ontleend worden).
Per 1 januari 2007 is de Wet geluidhinder gewijzigd.
Zie
20061215_integrale_tekst_wet_geluidhinder.pdf
Normstelling wet geluidhinder per 01-01-2007 (Weg
verkeerslawaai)
Algemeen
De Wet geluidhinder kent verschillende normwaarden voor de ten hoogst toegelaten
geluidsbelasting die afhankelijk is van de fase waarin de geluidsgevoelige objecten
zich bevinden ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan. Te
onderscheiden zijn "bestaande situaties" en "nieuwe
situaties".
Bestaande Situaties
Van een "bestaande situatie" is sprake als weg én woningen reeds
bestaan (of mogelijk is gemaakt) op 1 maart 1986 (het tijdstip waarop het onderdeel "bestaande
situaties" in werking is getreden). Ten aanzien van deze bestaande situaties
geldt bovendien de voorwaarde dat de woningen of de weg niet eerder geprojecteerd
waren in een bestemmingsplan die na 1 januari 1982 zijn vastgesteld of herzien.
Eén en ander is geregeld in de artikelen 88 t/m 90 Wgh.
Woningen en wegen behoren tot "bestaande situaties" als per 1 maart
1986:
- een woning aanwezig is òf
- een bouwvergunning voor een woning is verleend òf
- een woning is opgenomen in een geldend bestemmingsplan maar nog geen bouwvergunning
is verleend (geprojecteerd).
- èn
- de weg aanwezig is òf
- de weg in aanleg is òf
- de weg is opgenomen in een geldend bestemmingsplan, terwijl nog niet begonnen
is (geprojecteerd).
Nieuwe Situaties
Nieuwe situaties ingevolge de Wet geluidhinder zijn situaties waarin door het
vaststellen van een bestemmingsplan of herziening van een bestemmingsplan
de bouw van geluidsgevoelige objecten (woningen) of de aanleg van een weg of
de reconstructie van een weg mogelijk wordt gemaakt. Indien binnen de zone
van de weg geluidsgevoelige objecten of bestemmingen liggen, zal een akoestisch
onderzoek uitgevoerd dienen te worden naar de te verwachten geluidsbelasting
op de gevels van de geluidsgevoelige objecten of naar de geluidsbelasting
op geluidsgevoelige bestemmingen. Tevens dient de doeltreffendheid van geluidsbeperkende
maatregelen te worden onderzocht waardoor de geluidsbelasting kan worden
terug gebracht tot de voorkeursgrenswaarde van Lden =
48 dB dan wel de maximaal toelaatbare hogere waarde, voor stedelijke
situaties Lden = 63 dB(na aftrek op grond artikel
110g Wgh). Voor buiten stedelijke situaties geldt er een maximale hogere grenswaarde
van Lden = 53 dB (na aftrek op grond van artikel 110g Wet geluidhinder, cq artikel 3.6 van het Reken en Meetvoorschrift Wegverkeerslawaai). Voor agrarische bedrijven
thans Lden = 58 dB. Voor aanleg, wijziging of verbreding van een hoofdweg
in de zin van artikel 2 van de Tracéwet gelden andere waarden! Zie artikel
87b van de Wgh.
Bij het bepalen van geluidsbeperkende maatregelen geldt de volgorde van voorkeur:
- bronmaatregelen;
-overdrachtsmaatregelen;
-gevelmaatregelen.
Op grond van artikel 83 van de Wet geluidhinder kunnen Burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen dan de
voorkeursgrenswaarde.
Dit kan alleen in die gevallen waarin maatregelen, gericht op het terugbrengen
van de te verwachten geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zijn, dan
wel op overwegende bezwaren stuit van stedenbouwkundige, verkeerskundige,
landschappelijke of financiele aard. Voorwaarde voor het verlenen van
een hogere waarde is dat de geluidsbelasting binnen de geluidsgevoelige
ruimten de maximaal toelaatbare waarden niet overschrijdt.
Vervangende nieuwbouw
De kwalificatie van een bouwplan als "vervangende nieuwbouw" binnen
de zone van een weg betekent dat hierop niet de regeling en normstelling
voor "nieuwe situaties" maar van
"bestaande situaties" van toepassing is.
Het begrip vervangende nieuwbouw is met name van toepassing op stadsvernieuwingsgebieden.
Van "vervangende nieuwbouw kan alleen sprake zijn bij nieuwbouw van woningen
en/of andere geluidsgevoelige bestemmingen op open plaatsen, die ontstaan zijn
ten gevolge van recente sloop, met dien verstande dat het bebouwingsvolume en
de situering in hoofdzaak onveranderd blijven (het aantal geluidgehinderden mag
in principe niet toenemen).
Voor stedelijke situaties geldt er een maximale hogere grenswaarde van
Lden = 68 dB (na aftrek ex. artikel 110g van de Wet geluidhinder c.q. artikel 3.6. van het Meet en Rekenvoorschrift wegverkeerslawaai).
Het begrip vervangende nieuwbouw is thans ook van toepassing voor (bepaalde)
buitenstedelijk situaties, er geldt een maximale hogere grenswaarde van
Lden = 58 dB (na aftrek ex. artikel 110g Wgh).
Een zekere flexibiliteit is hierbij mogelijk, een beperkte wijziging in maatvoering
en bestemmingen is mogelijk. Met name in stadsvernieuwingsgebieden is de historische
bestemming veelal bepalend of een bouwplan aangemerkt kan worden als vervangende
nieuwbouw. Zo zal een solitair bedrijfje of pakhuis in een overwegende woonomgeving
veelal vroeger de bestemming "wonen" hebben gehad. De bewijslast
van deze "historische bestemming" ligt bij de gemeente. Deze dient
aan te tonen dat er geen ingrijpende wijziging van stedenbouwkundige vorm
of functie zal plaatsvinden en dat het aantal geluidgehinderden niet significant
zal toenemen. Een duidelijke motivatie en toelichting bij het plan zal in
dit kader noodzakelijk zijn!
|