Geluidsprognose – Stappenplan-Bouwlawaai, geluidsmetingen en trillingsmetingen

Hieronder geven wij u algemene informatie welke beschikbaar wordt gesteld door het ministerie van VROM cq Infomil.

De vaststelling of bouwlawaai tot hinder kan leiden in het bouwproces, dient al plaats te vinden in de fase van verlening van een vergunning of ontheffing. Bij de behandeling van de aanvraag voor de bouwvergunning moet bouwlawaai altijd een aandachtspunt zijn. De aanvraag en de bijbehorende tekeningen kunnen een goed beeld geven van de bouwactiviteiten en de mogelijke hinder. Het voeren van vooroverleg kan verder heel verhelderend werken. Bij grote bouwprojecten zal in het vooroverleg bouwlawaai een apart agendapunt moeten zijn.
Voor  geluidsmonitoring en  trillingsmonitoring van uw projecten kunt u bij ons een vrijblijvende offerte opvragen. Wij verrichten geluids- en trillingsmonitoring met onze plug and play meetapparatuur AuroVibe voor trillingsmetingen en Aurolex voor geluidsmetingen.

Stappenplan (geluidsprognose)
1. Bepaal de kans op hinder
2. Ontheffing of vergunning?
3. Bepaal de mate van hinder
4. Inzet van stille technieken?
5. Voorschriften in ontheffing of vergunning
6. Controle en Handhaving

Aandachtspunten:
7. Voorlichting en communicatie
8. Compensatie

1. Bepaal de kans op hinder dmv een Geluidsprognose.
De mogelijke hinder ten gevolge van bouwlawaai is afhankelijk van de volgende factoren:

1. het bouwmaterieel dat wordt ingezet;
2. de locatie waar de bouwwerkzaamheden plaatsvinden;
3. de duur van de bouwwerkzaamheden;
4. het tijdstip van de bouwwerkzaamheden (dag, avond of nacht).

In de brochure van InfoMil is een vragenlijst opgenomen. Aan de hand van deze vragenlijst kan worden bepaald of de bouw- of sloopwerkzaamheden kunnen leiden tot geluidhinder. Met deze lijst is de aard van de bouwactiviteiten, de tijdstippen waarop werkzaamheden plaatsvinden en de situatie van de woningen inzichtelijk. Het moet worden beschouwd als een eerste verkenning naar aandachtspunten of zelfs mogelijke knelpunten.

2. Ontheffing of vergunning?
Als uit de vragenlijst bij de eerste stap blijkt dat geluid de nodige aandacht verdient, kan dit worden vertaald in geluidsvoorschriften. Het bevoegd gezag kan geluidvoorschriften opnemen in vergunningen en ontheffingen die zijn verstrekt op basis van de Bouwverordening, APV of Wm. In de praktijk wordt nogal eens gekozen voor een mengvorm voor het wettelijk kader:

  • Het werkterrein met de bouwketen, de opslag van materiaal en materieel, en de locaties voor onderhoud aan materieel wordt gezien als een inrichting. De activiteiten zijn duidelijk en op voorhand goed in te schatten zodat in een voldoende vroeg stadium een vergunning is aan te vragen;
  • Voor het bouwterrein, waar de daadwerkelijke bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd, wordt een ander wettelijk kader gekozen bijvoorbeeld de Algemene Plaatselijke Verordening.

3. Bepaal de mate van hinder

Akoestisch onderzoek  (geluidsprognose)
Uit de vragenlijst bij stap 1 blijkt dat het redelijk vaak wenselijk is dat een akoestische rapportage wordt overgelegd om goed inzicht te hebben in de geluidssituatie. Deze rapportage is alleen verplicht als een (mobiele) puinbreker wordt gebruikt. Het akoestisch onderzoek dient te beschrijven hoe lang een bepaalde geluidbelasting op een bepaalde locatie zal optreden en welke middelen worden ingezet om de geluidbelasting zo laag mogelijk te houden. Het dient te worden uitgevoerd volgens de regels uit de Handleiding rekenen en meten industrielawaai. In het onderzoek dient in ieder geval te worden beschreven:
  • welke activiteiten er plaatsvinden en welk materieel daarbij wordt ingezet;
  • welke tijdsduur de activiteiten plaatsvinden (per periode (dag, avond, nacht) en in dagen);
  • wat de resulterende geluidbelasting is bij geluidgevoelige bestemmingen;
  • welke maatregelen kunnen worden ingezet om de geluidbelasting te verminderen;
  • wat de kosten zijn van deze maatregelen.
Afstandstabel Als er geen akoestisch onderzoek voorhanden is, kan ter indicatie de onderstaande tabel worden gebruikt. Dit kan nooit ter vervanging van een akoestisch onderzoek worden gebruikt, omdat alle lokale en specifieke kenmerken en activiteiten in deze tabel buiten beschouwing wordt gelaten. Als in voorschriften specifieke geluidgrenswaarden worden genoemd, is een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Bij het gebruik van deze afstandstabel is kennis over geluid een vereiste!
In de afstandstabel wordt voor veel voorkomende bouwwerkzaamheden de afstand gegeven waarop het gemiddeld geluidniveau in de dag 50, 55, 60 en 65 dB(A) bedraagt. De gekozen bronsterkten (LWr) zijn gebaseerd op gemiddelde waarden op basis van praktijkmetingen. Grote variaties in bronsterkte zijn in de praktijk mogelijk. De gegeven afstanden zijn dan ook niet meer dan indicatief en kunnen niet als harde grenswaarden worden gehanteerd.
Activiteit
Lwr
[dB(A)]
 
Afstand woning tot
bouwlocatie [m]
50
dB(A)
55
dB(A)
60
dB(A)
65
dB(A)
Heien betonpalen 126 840 510 295 195
Heien stalen buispalen 140 > 2000 1820 1220 775
Heien damwanden 130 1200 760 450 270
Intrillen buispalen 121 510 295 190 130
Intrillen damwanden 125 770 470 280 185
Geluidarm aggregaat 93 50 28 15 8
Geluidarme pomp (elektrisch) 90 34 19 10 5
Compressor 100 92 60 35 20
Pneumatisch beitelen/hameren 119 430 250 160 110
Ontgraven met 1 graafmachine 107 123 86 56 33
12 vrachtw. per uur (24 bewegingen) 106 10 < 2
30 vrachtw. per uur (60 bewegingen) 106 25 8 < 2

Als uit de tabel volgt dat de werkelijke afstanden kleiner zijn dan de gegeven afstanden, dan is de kans groot dat bouwlawaai voor hinder zal zorgen. Bij de berekeningen van de verschillende afstanden is uitgegaan van worst case:
  • gemiddelde bronsterkte volgens de tabel op basis van ervaringscijfers
  • volledig harde bodem
  • geen afscherming van gebouwen en dergelijke
  • ontvangerhoogte 5 meter boven maaiveld
  • effectieve bedrijfsduur heien/trillen 6 uur in de dagperiode
  • effectieve bedrijfsduur graven, beitelen, hameren 8 uur in de dagperiode
  • effectieve bedrijfsduur aggregaat, pomp 12 uur in de dagperiode.
Voor de keuze van de verschillende geluidbelastingen (daggemiddelden) is uitgegaan van:

  • 50 dB(A) zijnde de maximale waarde voor nieuwe inrichtingen Wet milieubeheer. Deze waarde is algemeen geaccepteerd en leidt in veel omstandigheden niet tot hinder.
  • 55 dB(A) zijnde de maximale waarde voor bestaande inrichtingen Wet milieubeheer. Het geluidniveau kan tot hinder leiden maar is in specifieke situaties toelaatbaar.
  • 60 dB(A) zijnde de toetsingswaarde vanuit de Circulaire bouwlawaai. Deze waarde wordt vaak als hinderlijk ervaren maar is ten behoeve van bouwlawaai toelaatbaar.
  • 65 dB(A) zijnde de maximale toetsingswaarde vanuit de Circulaire bouwlawaai. Deze waarde is hinderlijk en kan alleen voor een periode korter dan 1 maand worden toegestaan.
4. Inzet stille technieken
Als blijkt dat bouwlawaai mogelijk tot hinder zal leiden, is altijd een akoestisch onderzoek nodig waarin onderbouwd aandacht wordt besteed aan de inzet van zo stil mogelijke technieken. Deze onderbouwing moet meer omvatten dan “het kan niet anders”.

Stille technieken zijn vaak wel aanwezig. Ze moeten echter tijdig worden gereserveerd. Dat betekent dat dit onderwerp al in een vroeg stadium van het proces besproken moet worden. En dat de gemeente actief moet aansturen op het gebruik ervan.

De onderstaande tabel geeft voor de hei- en trilwerkzaamheden een korte opsomming van mogelijke maatregelen en ter indicatie het te verwachten effect op de afstanden. Het werkelijke effect is afhankelijk van lokatiegebonden kenmerken. Bij het gebruik van deze tabel is kennis over geluid een vereiste!
Bouwactiviteit Maatregel Reductie [dB] Reductiefactor in afstand
Algemeen Tijdsbegrenzing
bijvoorbeeld

halvering van de heitijd
3 1,4
Heien
betonpalen
Voorboren (minder
slagen nodig)
3 1,4
Rotterdamse mantel 1 6 2
In de grond gestorte
palen (Fundex)
24 16
Heien stalen
buispalen
Inwendig heien 10 3
Buispalen intrillen 20 10
Gebruik balg 2 20 10
Heien
damwanden
Rotterdamse mantel 6 2
Damwanden intrillen 20 2
Damwanden drukken 24 16
Graven diepwanden 22 13
Intrillen
damwanden
Damwanden drukken 19 9
Graven diepwanden 17 7
1 open te klappen schermen die aan de heistelling zijn bevestigd
2 rubber “omkasting” die om de stalen buispaal wordt getrokken


5. Voorschriften in ontheffing of vergunning

Over het algemeen worden voorwaarden in algemene zin opgesteld. Daardoor kan snel ontheffing worden verleend en wordt de kans op vertraging zo klein mogelijk gehouden. Vaak komt men in de loop van de uitvoering van een project er echter achter dat onderdelen in de uitvoering een meer specifieke benadering vereisen. Als hier niet tijdig op wordt geanticipeerd, is een conflict tussen omwonenden, overheden en uitvoerenden snel gerezen en gaat er erg veel energie én tijd zitten in het rechttrekken van de verstandhouding. Het gevaar van vertraging ligt dan alsnog op de loer.

Bij het opstellen van de voorschriften kan zoveel mogelijk aansluiting gezocht te worden bij de dagelijkse geluidpraktijk in het kader van de Wet milieubeheer en de circulaire Bouwlawaai. Ook gemeentelijk beleid of een convenant kan als uitgangspunt dienen voor opstellen van de voorschriften. Zie ook Basis voor geluidsvoorschriften. In de voorschriften is aandacht voor de volgende punten:

  • Het benoemen van concrete toetsingspunten, bij voorkeur aangegeven op een kaart. Denk hierbij aan het aangeven van de hoogte van de toetsingspunten.
  • Als er ook werkzaamheden in de avond- of nachtperiode plaatsvinden dan zouden ook voor deze perioden concrete waarden moeten worden opgenomen.
  • Het benoemen van concrete toetsingswaarden per toetsingspunt voor het gemiddelde geluidniveau LAr,LT . Bij werkzaamheden die zich verplaatsen, zoals het inbrengen van een hele rij damwanden, kan per woning het hoogste berekende geluidniveau worden opgenomen (worst-case). Maar er kan ook worden gekozen worden voor een opsplitsing van normen zoals 10 dagen 68 dB(A), en 2 dagen 72 dB(A).
  • Voor de nachtperiode kan, in verband met de kans op slaapverstoring, ook een toetsingswaarde voor het maximale geluidniveau LAmax worden overwogen.
  • Voor het uitvoeren van geluidmetingen of berekeningen is de Handleiding meten rekenen industrielawaai 1999 van toepassing.
  • effectieve bedrijfsduur graven, beitelen, hameren 8 uur in de dagperiode
  • effectieve bedrijfsduur aggregaat, pomp 12 uur in de dagperiode.
Als de bouwwerkzaamheden dagelijks van plaats veranderen, is het goed om een voorschrift voor het geluidniveau op een afstand van 15 meter van de bouwactiviteit op te nemen. In de heiwereld wordt deze afstand vaak als referentie afstand gebruikt en het maakt controle van de geluidimmissie minder afhankelijk van de locatie van de bouwwerkzaamheden. Naast deze specifieke punten voor geluid, kunnen de volgende algemene aspecten ook in de voorschriften worden opgenomen:
  • Binnen welke tijdsperiode mogen de bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd, bijvoorbeeld: “Bouwwerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd tussen 07.00 en 16.00 uur.”
  • Op welke werkzaamheden hebben de voorschriften betrekking, bijvoorbeeld: “De geluidvoorschriften zijn van toepassing op alle activiteiten die op het bouwterrein worden uitgevoerd” (heel algemeen voorschrift) of “De geluidvoorschriften zijn van toepassing voor enkel de heiwerkzaamheden van moot 10 t/m 15” (specifiek voorschrift).
  • Op welke periode hebben de voorschriften betrekking, bijvoorbeeld: “de geluidvoorschrfiten gelden voor de periode van 1 maart 2006 t/m 12 maart 2006.”
  • In de vergunning kan ook een voorschrift worden opgenomen dat aangeeft hoe gehandeld moet worden als het bouwproces vertraging oploopt en bijvoorbeeld het vergunde aantal dagen dreigt te worden overschreden.
  • Speciale aandacht is nodig voor een voorschrift over voorlichting en communicatie. Door een dergelijk voorschrift op te nemen, wordt de aannemer verplicht een bepaalde vorm van communicatie in te richten.
De voorschriften zijn vaak gebaseerd op een akoestisch prognose onderzoek (er zijn immers nog geen bouwwerkzaamheden uitgevoerd). Het is zeker bij bijzondere situaties aan te raden een meetverplichting op te nemen. Hierbij kan gekozen worden voor korte bemande metingen waarbij de vergunninghouder (de aannemer die de bouwwerkzaamheden uitvoert) zelf een controle uitvoert of laat uitvoeren en de resultaten hiervan rapporteert. Het is ook mogelijk een voorschrift op te nemen waarbij een continue geluidmonitoring verplicht wordt gesteld. Het voordeel is dat er dan altijd geluidgegevens beschikbaar zijn en dat de geluidmetingen onbemand kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast hoeft er geen rekening worden gehouden met zich verplaatsende werkzaamheden, omdat de worst-case in ieder geval wordt meegenomen.
Nadeel van de onbemande geluidmonitoring is dat veel minder zekerheid bestaat over het onderscheid tussen geluiden door de bouwwerkzaamheden en omgevingsgeluiden. Het omgevingsgeluid mag niet in de beoordeling worden meegenomen. Het is dan ook aan te raden om enkele dagen voor met de bouwactiviteiten wordt begonnen, de geluidmonitoring te starten. Zo wordt inzicht verkregen in het omgevingsgeluid. Door bovendien een “loggende” meting uit te voeren waarbij bijvoorbeeld iedere minuut de verschillende geluidparameters worden vastgelegd, kan nog beter onderscheid gemaakt worden tussen het  omgevingsgeluid en het geluid van de bouwactiviteiten. Moderne geluidmonitoringssystemen zijn vaak uitgerust met de mogelijkheid om gedurende korte tijd het geluid op te nemen. Door de gegevens van de monitoring af te stemmen met het logboek van de aannemer, ontstaat meer zekerheid dat het juiste geluid wordt beoordeeld.

6. Controle en Handhaving
Als de bouwactiviteiten zijn begonnen, dient te worden gecontroleerd of de voorschriften worden nageleefd. Dit kan door visuele controles en geluidmetingen. Een dergelijke controle wordt ook uitgevoerd bij het onderzoeken naar de redelijkheid van een klacht.

Bij een overschrijding of het niet nakomen van de voorschriften wordt de houder van de ontheffing of vergunning hierop gewezen. Dit is bij een ontheffing van de APV vaak dat de uitvoerder, dat wil zeggen diegene die het geluid werkelijk produceert. Bij projecten met veel (onder)aannemers kan het voorkomen dat de daadwerkelijke veroorzaker of het aanspreekpunt niet altijd helder is.

Bij handhaving kan er voor twee trajecten gekozen worden: het bestuurlijke traject, met dwangsommen en het strafrechtelijke traject. Bij het strafrechtelijke traject kan de controle worden uitgevoerd door een bevoegd toezichthouder (meestal een ambtenaar van de gemeente) in combinatie met de politie.

Het stilleggen van de werkzaamheden kan, behoudens in gevallen van acuut gevaar, alleen nadat een brede afweging heeft plaatsgevonden en de benodigde procedure juist is doorlopen. Belangrijk is dat de controle direct plaatsvindt, met name bij de aanvang van de werkzaamheden en niet als er bijvoorbeeld al een week is geheid. Een directe controle geeft duidelijkheid voor alle partijen en levert in een juridisch geschil een grotere kans van slagen op.

7. Voorlichting en communicatie In de brochure is in een kader duidelijk vermeld welke rol voorlichting en communicatie kan spelen. Het is zeer verstandig om dit aan het begin van het proces mee te nemen. Daarnaast is het aan te raden dat het bevoegd gezag de bouwer stimuleert hierin een actieve rol te spelen.

8. Compensatie
Het is geen algemene praktijk om de kans op hinder “af te kopen” door middel van materiële of financiële compensatie. Bij individuele gevallen (een paar huizen langs een heitracé bijvoorbeeld) wordt de oplossing nogal eens gevonden in schilderwerk voor de bewoners of het herbestraten van de oprit. Compensatie met geld, bij overlast die groter is dan “het normaal maatschappelijk risico”, is niet gebruikelijk met name vanuit de angst tot het scheppen van een precedent.
Met een compensatieregeling kunnen niet alle klachten worden voorkomen. Omwonenden kunnen zich vaak niet voorstellen hoeveel geluid 50 of 60 dB(A) nu eigenlijk is en de situatie kan uiteindelijk zodanig tegenvallen dat men toch gaat klagen. Ook hieruit blijkt het belang van goede communicatie.
Een compensatieregeling kan niet zonder meer in een APV-ontheffing of andere vergunning worden opgenomen. Zie ook de uitspraak van 1 april 2004 (LJN AO7291) van de rechtbank van Zuthpen.

Bron: infomil/ministerie van VROM