AV-Consulting specialist in Lichtmeting en lichtmetingen NSVV.

Lichtmeting: De Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft voor het bepalen van lichthinder diverse richtlijnen opgesteld. De commissie lichthinder van het NSVV heeft deze aanbevelingen opgesteld op basis van internationaal onderzoek en een door het Ministerie van VROM aan TNO technische menskunde opgedragen wetenschappelijke toetsing van de aangegeven grenswaarden voor lichthinder bij een aantal tennis(baan) locaties. Lichthinder door Sportvelden
Voor de methodiek voor het vaststellen van grenswaarden is in analogie van de Wet geluidhinder uitgegaan van een dosis-effect relatie waarbij 10% van de geënquêteerden aangeeft “erge” of “heel erge” hinder te ondervinden.
Met de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit “Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer’  is de rol van de richtlijnen van de NSVV wat duidelijker geworden. In de toelichting op voornoemd besluit wordt gesteld dat voor de vaststelling of er sprake is van hinder er geen universele definitie van het begrip ‘lichthinder’ beschikbaar is. Wel kunnen de volgens het besluit de “Algemene Richtlijnen betreffende lichthinder” van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) als uitgangspunt worden gehanteerd. Volgens de commissie lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde is de definitie van lichthinder als volgt:
‘het ten gevolge van een buitenverlichtingsinstallatie ontstaan van ongewenste visuele neveneffecten bij meer dan een nader bepaald percentage van personen, buiten de groep personen waarvoor de verlichtingsinstallatie oorspronkelijk bedoeld is’

De Nederlandse richtlijnen betreffende lichthinder van de NSVV bestaan uit de volgende delen, deze zijn in 2017 samengebracht in 1 richtlijn “Lichthinder”.
. Lichthinder “Algemene Grenswaarden voor Sportverlichting”
. Lichthinder  “Terreinverlichting”
. Lichthinder  “Aanstraling van gebouwen en objecten buiten”
. Lichthinder  “Reclameverlichting”

Voor lichtreclame is hierdoor de (lichtreclame) sector een aanvulling op geleverd in het rapport “Onderzoek luminantie ter voorkoming van lichthinder door lichtreclame voor AmvB” Dit rapport is verkrijgbaar bij UNETO-VNI , vakgroep lichtreclame te Zoetermeer.

De toepassing gebieden voor de richtlijnen zijn:
. Sportverlichting
. Terreinverlichting voor bijvoorbeeld industrie
. Verlichting van parkeerplaatsen
. Reclame verlichting
. Openbare verlichting van wegen, paden, pleinen etc.
. Assimilatieverlichting bij kassen (warenhuizen)
. Belichting c.q. aanstraling van objecten en gebouwen

In de richtlijnen van de NSVV worden als potentiële gehinderden genoemd:
. Omwonenden
. Weggebruikers, ook wandelaars in natuurgebieden
. Schippers
. Treinmachinisten & Piloten
. Astronomen
. Flora en Fauna

In het kader van de zorgplicht van het Activiteitenbesluit kan het bevoegd gezag eisen stellen aan de wijze waarop de verlichting van inrichting (bedrijf, sportvereniging etc.) wordt uitgevoerd zodat aan de gestelde richtlijnen van de NSVV kan worden voldaan.
Ook bij lichthinder geldt het adagium “voorkomen in beter dan genezen” in de planning en ontwerpfase van een verlichtingsplan is het van belang om vooraf lichtberekening te maken waarbij ter plaatse van kritische punten – zoals bijvoorbeeld geprojecteerde woningen – vooraf berekend kan worden van de optredende verticale verlichtingssterkte (Ev) en de verblindingswaarde zal zijn (VW). Voor deze berekeningen kan gebruik worden gemaakt van het programma Dialux. Hiermee wordt voorkomen dat de drijver van de inrichting later in een lastig pakket komt als achteraf blijkt dat er sprake is van onrechtmatige lichthinder.
Na realisatie van een verlichtingsplan zullen er bij klachten over lichthinder lichtmetingen verricht moeten worden. Deze lichtmetingen zullen verricht moeten worden met meetapparatuur die voldoet aan de “eisen aan meetinstrumenten” zoals gesteld in bijlage 4 van de Algemene richtlijn betreffende lichthinder, deel 1. In deze bijlage staan de eisen opgesomd van luxmeters en luminatiemeter. Veel bureau verrichten de lichtmetingen met meetinstrumenten die hier niet aan voldoen, zulks omdat de apparatuur die op de markt te koop is eigenlijk nog niet toegesneden is op dit soort metingen.
In onderstaande tabel zijn de eisen opgesomd waaraan het meetinstrument dient te voldoen. Luxmeter die aan deze eisen voldoen, voldoen tevens aan de eisen van NEN-1891 en klasse A uit de DIN 5032, Teil 7.

Specifieke foutfactor Kenmerk Maximaal toelaatbare
specifieke fouten-marge
luxmeter %
Maximaal toelaatbare
specifieke fouten-marge
luminantiemeter %
Aanpassing aan de relatieve
spectrale oogevoeligheid
f1 3 3
UV gevoeligheid u 1 1
IR gevoeligheid r 1 1
Cosinuscorrectie f-2 1,5
Hoekafhankelijkheid f-2 3
Invloed omgevingsluminatie f-2 1,5
Afwijking vd Lineariteit f-3 1 1
Afwijking vd aanwijzing f-4 3 3
Termperatuurcoëfficiënt a 0,2/k 0,2/k
Vermoeidheid f-5 0,5 0,5
Frequentieafhankelijkheid vd lichtfluctuatie f-7 0,2 0,2
Polarisatie f-8 1
Justeerfout f-11 0,5 0,5
Focusseerfout f-12 1
Maximaal toelaatbare totale
foutmarge
f-t 5(a) 7,5 (b)

a) F-t is de som van de specifieke foutenmarge f-1,u, r, f-2, f-3, f-4, a-10K, f-5, f-7 en f-11
b) F-t is de som van de specifieke foutenmarge f-1,u, r, f-2(9), f-2(u), f-3, f-4, a-10K, f-5, f-7, f8, f-11 en f12

Onderstaande lichtsterkte meter van mobilux met de MobiLux fotometerkop en optioneel verkrijgbare bundelbegrenzer voldoen aan de eisen volgens klasse A en het meetinstrument aan klasse B. Een geschikte cosinus correctie is geïntegreerd in de lichtsensor-meetkop, zodat incidenteel schuin invallend licht ook nauwkeurig wordt gemeten.

specialist in Lichtmeting en lichtmetingen NSVV specialist in Lichtmeting en lichtmetingen NSVV

Om zelf de puntwaarden (illuminatie) in Candela te kunnen vaststellen, is het nodig om alle de lichthinder bron te meten. Hiervoor is het noodzakelijk om een Bron selector te gebruiken die in combinatie met een luxmeter gebruikt wordt om de lichtsterkte van de bron te meten. Of een veel duurdere spot luminatiemeter die als luxmeter is geijkt, hierbij wordt de afgelezen luminatie in Cd/m2 vermenigvuldigd met een factor om de verlichtingssterkte te krijgen. Deze wordt vervolgens weer omgerekend naar de Illuminantie (verlichtingsterkte) van de bron door deze te delen door het kwadraat dan de (schuine) afstand tot de bron. Zowel de BronSelector als de BundelbegrenzOr zijn een ontwerp van lichtspecialist Johan G. Smits (RIP).

De metingen mogen niet verricht worden als het metrologisch zicht kleiner is dan 2000 meter of de afstand tot de lichtbron groter is dan 10% van het metrologisch zicht en wanneer er sneeuw ligt.

In onderstaande tabel is een overzicht gegeven welke parameters er gemeten moeten worden om vast te stellen of er sprake is van lichthinder (ontleend aan dictaat J.G. Smits)

Gehinderden Deel-1
Algemene grenswaarde sportverlichting
Deel-2
Terrein- verlichting
Deel-3
Aanstraling gebouwen en objecten buiten
Deel-4
Reclame verlichting
Deel-5
nieuw) Openbare verlichting
Deel-6
nieuw) Assimilatie belichting
Omwonenden Ev, I Ev, I, L Ev, I, L Ev, I, L Ev, I Ev, I, L
Weggebruikers I, TI I, L, TI I, L, TI I, L, TI I, TI I, L
Schippers I I, L I, L I, L I I, L
Treinmachinisten I I, L I, L I, L I I, L
Piloten I I I I L
Astronomen ULR ULR ULR ULR ULR ULR
Natuur E, T E, T E, T E, T E, T E, T


Verklaring:

Ev = verticale verlichtingssterkte in Lux (verticale opvallende lichtstroom per eenheid van oppervlakte)
I = lichtsterkte in candela (lichtstroom die per eenheid ruimtehoek in een bepaalde richting wordt uitgestraald)
L = luminantie in candela per m2 (de lichtsterkte per m2 schijnbaar oppervlak van een lichtbron)
ULR = upward light ratio in % (de hoeveelheid licht die rechtstreeks naar boven wordt uitgestraald)
TI = Treshold Increment in % (verhoging van de visuele contrastdrempel)
T = kleurtemperatuur in graden Kelvin.












Html infobestanden licht
– Lichtonderzoek en lichthinder

© 2012 Lichthinder onderzoek en lichtmetingen