Luchtonderzoek omgevingsplan

Luchtonderzoek

De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

Voor de kwaliteit van de buitenlucht gelden de omgevingswaarden, bedoeld in de artikelen 2.3 tot en met 2.8a Bkl.

Fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de regelgeving. De regels en omgevingswaarden voor luchtkwaliteit staan in het Bkl. De rekenmethode en goedgekeurde softwaremodellen luchtkwaliteit staan in de Omgevingsregeling.

Artikel 2.38. (aanwijzing agglomeraties richtlijn luchtkwaliteit en richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht)

De agglomeraties, bedoeld in de richtlijn luchtkwaliteit en de richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht, zijn:
a) Amsterdam/Haarlem, omvattend de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Zaanstad en Zandvoort;
b) Den Haag/Leiden, omvattend de gemeenten: Delft, Den Haag, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Oegstgeest, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar en Westland;
c) Eindhoven, omvattend de gemeenten: Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Gerwen en Nederwetten en Veldhoven;
d) Heerlen/Kerkrade, omvattend de gemeenten: Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf en Voerendaal;
e) Rotterdam/Dordrecht, omvattend de gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan de IJssel, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Maassluis, Nissewaard, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Sliedrecht, Vlaardingen, Zuidplas en Zwijndrecht; en
f) Utrecht, omvattend de gemeenten: Houten, Nieuwegein, Utrecht en IJsselstein.

Artikel 2.39. (aanwijzing zones richtlijn luchtkwaliteit en richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht)

De zones, bedoeld in de richtlijn luchtkwaliteit en de richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht, zijn:
a) midden, omvattend de provincies: Gelderland, Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland, met uitzondering van de daarin gelegen agglomeraties, genoemd in artikel 2.38, onder a, b, e en f;
b) noord, omvattend de provincies: Drenthe, Flevoland, Friesland, Groningen en Overijssel; en
c) zuid, omvattend de provincies: Limburg, Noord-Brabant en Zeeland, met uitzondering van de daarin gelegen agglomeraties, genoemd in artikel 2.38, onder c en d.

Rijksverplichtingen voor PM2,5 en ozon
De omgevingswaarden gelden voor decentrale overheden. Daarnaast zijn er ook omgevingswaarden waar alleen het Rijk voor verantwoordelijk is. Voor de emissies (uitstoot) zijn dat de NEC-plafonds, en voor immissies (concentraties) gelden aanvullende rijksverplichtingen voor PM2,5 en ozon.

Naast de genoemde waarden van PM2,5 is er ook een blootstellingsconcentratieverplichting. De blootstellingsconcentratie is de concentratie waaraan de stedelijke bevolking wordt blootgesteld. Deze blootstellingsconcentratieverplichting geldt voor de rijksoverheid. Lokale overheden hoeven hier niet aan te toetsen. Voor het Rijk gelden voor PM2,5 de volgende omgevingswaarden voor de 3-jaargemiddelde blootstellingsconcentratieverplichting:

• Resultaatsverplichting van 20 µg/m3
• Inspanningsverplichting van 14,4 µg/m3

Voor het terugdringen van ozonconcentraties is internationale samenwerking van belang. Daarom heeft het Rijk een inspanningsverplichting om de omgevingswaarden voor ozon te halen. Deze staan in artikel 2.7 van het Bkl

Luchtkwaliteitsnormen Nederland anno 2026

Luchtkwaliteitsnormen

Overzicht van de belangrijkste luchtkwaliteitsnormen in Nederland