Deel fasen historisch voorondezoek explosieven

Ing.buro AV-Consulting B.V. voert het historisch vooronderzoek uit conform de BRL OCE en de richtlijnen van de branchevereniging VEO voor het uitvoeren van historisch vooronderzoek. Onderzoek voor Prorail vindt eveneens plaats conform het protocol “Vooronderzoek NGCE”. Het vooronderzoek is onder te verdelen in een aantal deelfasen:
A) Probleeminventarisatie
B) Probleemanalyse
C) Projectgebonden advies

A Probleeminventarisatie

1) Literatuuronderzoek
  • Beschrijvingen van alle bombardementen en beschietingen in WOII boven Nederland op gemeente gecategoriseerd
  • Overige streekgebonden literatuur in relatie met WOII
2) Archiefonderzoek
  • Interne archief AV Consulting
  • Diverse websites
  • De historische archieven van de gemeente(n) gelegen in het onderzoeksgebied (luchtbeschermingsdienst, politie, brandweer, gemeentewerken etc)
  • Het regionale archief van het onderzoeksgebied
  • Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) te Den Haag
  • Het Nationaal Archief te Den Haag
  • De Koninklijke Bibliotheek (KB) te Den Haag
  • Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) te Amsterdam
  • De Bibliotheek Nederlandse Defensie Academie (KMA) te Breda
  • Het luchtfoto archief van het Kadaster in Zwolle
  • Het luchtfoto archief van de Universiteit (WUR) Wageningen
  • The Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland (RCAHMS)/The Aerial Reconnaissance Archives (Edinburgh, UK)
  • De archieven van het Explosieven Opruimingsdiensten Defensie (EODD) te Culemborg

Voor een optimale verhouding tussen onderzoeksinspanning en risicobeheersing selecteert AV Consulting op basis van het literatuuronderzoek minimaal zes te raadplegen archieven. In eerste instantie worden het AV Consulting archief, websites, de gemeentelijke archieven, de luchtfoto archieven en de archieven van het EODD geraadpleegd. Naar aanleiding daarvan wordt besloten welke archieven er nog meer geraadpleegd moeten worden om het onderzoeksdoel te kunnen realiseren.

3) Interviews met omwonenden en ooggetuigen
Ooggetuigen of nabestaanden kunnen informatie hebben over neergestorte vliegtuigen, afgeworpen bommen en gevechtshandelingen die binnen het gebied hebben plaatsgevonden. Voor het oproepen van getuigen wordt een oproep geplaatst in een plaatselijke krant. Interviews worden altijd in overleg met de opdrachtgever gehouden en alleen als het onderzoek aanleiding hiertoe geeft. Ervaring leert dat de meerwaarde van ooggetuigenverklaringen meer dan zestig jaar na dato meestal beperkt is.

4) Luchtfoto-interpretatie
Op luchtfoto’s kunnen inslagen van explosieven zichtbaar zijn. Door middel van 3D stereoscopische luchtfoto interpretatie in combinatie met de gegevens uit het archiefonderzoek, worden de inslagen van explosieven binnen het onderzoeksgebied geanalyseerd en geclassificeerd. Tevens kunnen op luchtfoto’s andere oorlogsrelicten zoals bunkers, tankgrachten en schuttersputten zichtbaar zijn, die kunnen wijzen op de aanwezigheid van explosieven.Alle relevante luchtfoto’s in het archief worden geraadpleegd en indien zinvol wordt een reproductie aangevraagd.

B. Probleemanalyse

 1) Beknopte probleemanalyse
Op basis van de probleeminventarisatie wordt vastgesteld of er feiten zijn aangetroffen die de aanwezigheid van explosieven doen vermoeden.Als er een vermoeden bestaat op de aanwezigheid van explosieven, wordt het onderzoeksgebied mogelijk als (deels) ‘verdacht’ beschouwd en wordt het uitvoeren van de volledige probleemanalyse geadviseerd. Als er geen feiten zijn aangetroffen die op aanwezigheid van explosieven wijzen, wordt de conclusie ‘onverdacht’ getrokken.

2) Uitgebreide probleemanalyse
De relevante feitelijke gegevens uit de archieven met betrekking tot het voorkomen van explosieven en andere oorlogsrelicten worden tijdens deze fase geanalyseerd. Tevens worden locatiespecifieke omstandigheden geïnventariseerd en geanalyseerd en wordt er een risico analyse uitgevoerd.Op basis hiervan komt het soort, aantal en de verschijningsvorm van aanwezige explosieven vast te staan en worden het verdachte gebied en wordt (indien van toepassing) het opsporingsgebied afgebakend in horizontale en verticale richting met RDcoördinaten.

C. Projectgebonden risico analyse en advies

Op basis van de resultaten zal een advies gegeven worden over het vervolgtraject, waarbij rekening wordt gehouden met de toekomstige werkzaamheden. Een detectie onderzoek kan deel uitmaken van dit advies. Dit is een veldonderzoek waarbij aanwezige verdachte objecten, mogelijke explosieven, kunnen worden opgespoord.Een goede probleemanalyse en aanbevelingen met betrekking tot de toekomstige werkzaamheden zijn van groot belang. Ook binnen verdachte gebieden kan bijvoorbeeld sprake zijn van gebieden met een achtergrondrisico, waardoor vervolgonderzoek niet noodzakelijk is.In de volgende gevallen wordt in de regel gesproken van achtergrondrisico:  
  • Naoorlogs aangebrachte ophooglagen.
  • De grond onder vooroorlogse bebouwing, waarbij deze en de directe omgeving niet beschadigd zijn tijdens de oorlog en er geen sprake is geweest van luchtbombardementen.
  • Geroerde grond, waarbij het aannemelijk is dat aanwezige explosieven tijdens eerdere werkzaamheden zouden zijn waargenomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de grond boven naoorlogs aangelegde kabels.