|
| |
 |
Akoestisch onderzoek
Akoestisch rapport Wet Milieubeheer vergunning
In het kader van de aanvraag om een Wet milieubeheer vergunning,
een melding op grond van een AmvB op grond van artikel 8.40
Wet milieubeheer of in het kader van een handhavingprocedure
kan het noodzakelijk zijn dat u een akoestisch onderzoek moet
laten uitvoeren.
De basis voor het uitvoeren van een
akoestisch rapport is gelegen in de Handleiding Industrielawaai
en Vergunningverlening, tegenwoordig is dit de handleiding
uit 1999 (HRMI-99). Vroeger was dit het rapport IL-HR-13-01
uit maart 1981. Nog daarvoor werd vaak verwezen naar
de ISO-1996. Het is dus bij het opstellen van het rapport
van belang om na te gaan volgens welke handleiding
het onderzoek moet worden uitgevoerd. Tegenwoordig is dit
natuurlijk de HMRI-99, maar is het kader van een handhavingprocedure
kan dit ook nog één
van de oude handleidingen zijn.
Hoe gaat een akoestisch onderzoek in grote
lijnen in zijn werk? Als het gaat om een bedrijf dat nog
niet is opgericht zal er dus een prognose akoestisch onderzoek
uitgevoerd moeten worden. Hierbij wordt vaak gebruik gemaakt
van een database van het ingenieursbureau dat het akoestische
onderzoek uitvoert of er worden geluidsmetingen verricht
bij een vergelijkbaar bedrijf. Als het gaat om een bestaand
bedrijf dat al in werking is (bijvoorbeeld bij een uitbreidings-
wijzigingsvergunning) kunnen er natuurlijk geluidsmetingen
worden verricht bij het bestaande bedrijf.
Om de geluidsuitstraling vanuit gebouwen
te bepalen wordt in de fabriek c.q. het productiegebouw
metingen verricht naar het geluid dat inpandig wordt
veroorzaakt, meestal het zogenaamde nagalmniveau. Het kan
zijn dat u de diverse geluidsproducerende inpandige activiteiten
moet simuleren. Op basis van deze metingen kan dan een gemiddelde
worden berekend over de drie verschillende periodes
die de Wet milieubeheer kent, namelijk: de dagperiode (07.00
uur – 19.00
uur), de avondperiode (19.00 uur – 23.00 uur) en de
nachtperiode (23.00 uur – 07.00 uur).
De inpandig gemeten geluidsniveaus
worden vervolgens via zogenaamde uitstralingsberekeningen
via de gevels en het dak van het pand doorgerekend
naar buiten. Hiervoor moet de geluidsisolatiewaarde bepaald
worden van de diverse gevelelementen van de fabriek/productiegebouw.
Deze geluidsisolatie kan bepaald worden door geluidsmetingen
of op basis van productspecificaties van de materialen
waaruit de gevels is opgebouwd.Op basis van de het
geluidsniveau binnen, de geluidsisolatie van de gevel en
de oppervlakte van de diverse gevelelementen wordt het zogenaamde
geluidsvermogen van het gevelvlak bepaald. Tevens wordt
bij deze berekening de richtingsindex van het vlak en een
correctie voor de mate van difusiteit van het geluid meegenomen.
De diverse geluidsvermogens van de diverse elementen (ramen,
deuren, dak, gevels etc.) wordt vervolgens in een geografisch
rekenmodel ingevoerd (vaak Geonoise, Predictor ™ of
Soundplan™).
De stationaire geluidsbronnen zoals afzuiginstallaties,
condensorbanken, ventilatoren worden vervolgens gemeten,
vaak via de zogenaamde geconcentreerde bronmethode. Hierbij
wordt er op een bepaalde afstand een geluidsmeting verricht
wat vervolgens weer wordt teruggerekend naar het bronvermogen
van de bron, ook het geluidsvermogen van deze stationaire
geluidsbronnen wordt in het geografische rekenmodel ingevoerd.
Daarna dienen de overige handelingen en
activiteiten die buiten plaatsvinden gemeten te worden zoals
bijvoorbeeld het laden- en lossen, rijden van heftrucks,
vrachtwagens en personenwagens. Kortom alle activiteiten
die van belang zijn voor de geluidsproductie van uw bedrijf.
Als de metingen zijn verricht moet per geluidsbron en activiteit
een bedrijfsduur bepaald worden. Deze bedrijfsduur wordt
bepaald aan de hand van een interview met een van onze ingenieurs.
Aan u worden dat allerlei vragen gesteld om de zogenaamde
representatieve bedrijfssituatie vast te kunnen stellen.
De op deze wijze bepaalde bedrijfsduur per geluidsbron wordt
wederom ingevoerd in het rekenmodel.
In het rekenmodel worden naast de gemeten
geluidsbronnen, bedrijfsduurcorrecties en ligging
van deze geluidsbronnen ook alle overige akoestisch relevante
parameters (drie dimensionaal) ingevoerd. Bijvoorbeeld geluidsafschermde
of geluidsreflecterende gebouwen of keerwanden, geluidsabsorberende
(gras) en/of reflecterende (water) vlakken etc. Als
alles correct en zorgvuldig is ingevoerd kan zeer nauwkeurig
(binnen 1 á 1,5
dB(A)) de geluidbelasting worden doorgerekend naar de
waarneempunten, vaak naar woningen van derden of
zonepunten (bij gezoneerde industrieterreinen).
Uiteraard is het in de praktijk aanzienlijk
complexer dan hiervoor omschreven, maar in de grote lijn
krijgt u wel een indruk hoe e.e.a. plaatsvindt. De berekende
geluidsniveaus worden vervolgens gerapporteerd op een voorgeschreven
wijze. Het akoestisch rapport dat wordt opgesteld wordt
vervolgens weer beoordeeld door een akoesticus van de gemeente,
provincie of milieudienst. Het is niet ongebruikelijk dat
na een eerste beoordeling door het bevoegd gezag nog aanpassing
moeten plaatsvinden aan het akoestisch rapport. Bijvoorbeeld
om geluidsreducerende maatregelen door te rekenen. Deze
aanvullende werkzaamheden zijn op voorhand nooit in te schatten
en zullen door het ingenieursbureau - in overleg met de
opdrachtgever - nader verrekend moeten worden.
Overige informatie over bijvoorbeeld de Handleiding Meten
en Reken Industrielawaai of het toetsingscriterium voor
de geluidseisen de zogenaamde Handreiking Industrielawaai
en Vergunningverlening kunt u ook vinden onder de rubriek
informatie van onze website.
|
|
|