Informatie over opsporen conventionele Explosieven
Algemene informatie explosieven onderzoek
Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog Conventionele Explosieven (verder explosieven) uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers), granaten, mijnen en (handwapen-) munitie. Explosievenonderzoek brengt de risico‟s en aanwezigheid van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart. Indien noodzakelijk worden deze explosieven vervolgens verwijderd en onschadelijk gemaakt.
Fasering explosievenonderzoek
Een onderzoek naar de aanwezigheid van explosieven bestaat uit drie hoofdfasen:
Fase 1 – Historisch vooronderzoek
Doel van deze bureau studie is het vaststellen van de kans en de risico's aangaande de aanwezigheid van explosieven in de ondergrond. Dit gebeurt op basis van over het onderzoeksgebied verzameld en geanalyseerd (historisch) feitenmateriaal en de geplande werkzaamheden.
Fase 2 – Detectie
Indien het vooronderzoek hiertoe aanleiding geeft, wordt de detectie uitgevoerd. Doel van dit veldwerkzaamheden is het drie dimensionaal vaststellen van de positie van verdachte objecten (mogelijke explosieven of blindgangers) in het opsporingsgebied met behulp van geofysische meettechnieken.
Fase 3 – Benadering
Als het detectieonderzoek een aantal verdachte locaties oplevert, wordt fase 3 uitgevoerd. Doel van de veldwerkzaamheden is het blootleggen en identificeren van de verdachte. Indien noodzakelijk worden de aangetroffen explosieven tijdelijk veilig gesteld in afwachting van de ruiming door de EODD.
Wetgeving
Explosievenopsporing moet in Nederland conform de Beoordelingsrichtlijn “Opsporen Conventionele Explosieven” (BRL-OCE) te worden uitgevoerd. Gemeentes kunnen in aanmerking komen voor een overheidssubsidie via het Bijdragebesluit. Deze subsidie vergoedt een gedeelte van de gemaakte kosten voor explosieven opsporing. Versie 2007-02 d.d. 8 februari 2007 is de vigerende versie van de BRL-OCE. Het vermoeden van de aanwezigheid van explosieven binnen een gemeente is een zaak van Openbare Orde en Veiligheid van de betreffende gemeente. Conform paragraaf 2.1 van de BRL-OCE dien(en)t de gemeente(n) op wiens grondgebied de werkzaamheden worden uitgevoerd schriftelijk geïnformeerd te worden door het explosievenopsporingsbedrijf.
Subsidiemogelijkheden voor explosievenonderzoek Gemeentes kunnen vanuit het gemeentefonds een bijdrage voor het opsporen en ruimen van explosieven ontvangen. De wijze van bijdrage verschilt per gemeente.
Gemeentes die een jaarlijkse vaste bijdrage ontvangen:
Amsterdam, Den Haag, Rotterdam
Gemeentes die jaarlijks een bijdrage ontvangen van € 2.000.- per nieuwbouwwoning:
Aalburg, Aalsmeer, Alphen-Chaam, Apeldoorn, Arnhem, Beverwijk, Bloemendaal, Eindhoven, Gouda, Groesbeek, Hengelo, Houten, Lansingerland, Lingewaard, Loon op Zand, Neder-Betuwe, Nijmegen, Noorderveld, Overbetuwe, Pijnacker-Nootdorp, Rijssen-Holten, Oosterhout, Roermond, Schijndel, ’s-Hertogenbosch, Sluis, Tiel, Tilburg, Veere, Veldhoven, Venray, Vlissingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne, Winterswijk, Woensdrecht en Zwolle.
Overige gemeentes:
Deze gemeentes kunnen 70% van de gemaakte kosten vergoed krijgen middels het indienen van een gemeenteraadsbesluit bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken, waarin blijkt dat opsporing uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is. Tevens dienen hierin de te verwachten uitgaven te worden vermeld.
|