De Nieuwe Wet ruimtelijke ordening en planschade
Als, zoals gepland medio juli de nieuwe Wet ruimtelijke ordering (Wro) van kracht wordt veranderd daarmee ook het planschaderecht, in de spoedwet planschade van juni 2005 waren reeds een aantal wijzigingen doorgevoerd welke in de nieuwe Wet ruimtelijke ordering uiteraard terug komen.
In het Besluit ruimtelijke ordering (Bro) is geregeld dat de gemeente een verordening op dient te stellen waarin een onafhankelijke schade adviseur of schadecommissie wordt aangewezen. In voornoemde verordening wordt tevens geregeld hoe een schade advies tot stand komt, in deze verordening is tevens adviestermijn geregeld voor de planschade commissie cq adviseur, gebruikelijk is om hiervoor een termijn van 16 weken aan te wijzen.
In het Besluit ruimtelijke ordering is aangegeven dat, ingeval van een planschade aanvraag, het bevoegd gezag binnen 8 weken na ontvangst van het advies van de planschade-commissie moet beslissen op de aanvraag, de gemeente kan beslissen deze 8 weken te verlengen naar 12 weken.
In vernoemde verordening kunnen burgemeester en wethouders ook nog regelen dat er tegen een planschade besluit geen bezwaar ingesteld kan worden bij de gemeente maar dat men direct beroep in kan stellen.
In ‘de tegemoetkoming in planschade’ zoals het in de nieuwe Wro heet, is sprake van een minimum forfaitair percentage van 2%. Dit wordt het ‘normaal maatschappelijk risico’ genoemd. , dus als uit het planschade risico onderzoek en de behandeling daarvan blijkt dat de planschade minder is dan 2%, dan wordt ingevolge artikel 6 van het Bro de aanvraag buiten behandeling gelaten, planschade gevallen rond grens worden door lastiger om te beoordelen, en zullen dus grondig onderbouw dienen met taxatierapportage.
De praktijk leert dat de meeste planschade gevallen liggen tussen de 3% tot 6% waarde vermindering van de Woz-waarde. In geringe maten komen de planschade gevallen voor tussen de 7 tot 10% van de Woz-waarde, waarbij 10% in de praktijk wel een grens is die moeilijk overschreden wordt.
In de Wro is voor het indienen van planschade een verjaringstermijn vastgelegd van 5 jaar, deze verjaringstermijn treedt pas in werking op 1 septermber 2010, zulks vanwege het overgangsrecht. Deze termijn wordt gerekend vanaf de datum dat een projectbesluit of een bepaling uit het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden.
Ook voor het bepalen of er sprake is van planschade is er ten opzichte van het oude planschade recht iets gewijzigd. In het oude systeem werd er een vergelijking gemaakt tussen de maximale planologische mogelijkheden op grond van het vigerende bestemmingsplan in vergelijking tot de nieuwe situatie planologische situatie (plan maximalisatie).
In nieuwe planschaderecht worden binnenplanse flexibiliteit mogelijkheden pas meegenomen als ze daadwerkelijk zijn ingevuld/toegepast. Bij de beslissing inzake planschade dienen burgemeester en wethouders in het nieuwe planschade recht ook rekening te houden met planschade beperkend handelen door aanvrager, hoe dit vorm gaat krijgen is moeilijk voorspelbaar, wij verwachten dat jurisprudentie hierin richtinggevend zal worden.
Mocht u van plan zijn een planschade verzoek te gaan indienen of wilt u een planschade risicoanalyse laten opstellen neemt u dan contact op met ons bureau.
Ad Vreeswijk © Voornoemde informatie kan gebruikt worden, maar is volledig voor eigen risico, er kunnen op generlei wijze rechten aan worden ontleend.
|
Meer info vindt u hieronder: |
|
Artikelen over bouwschade |
|
AV-Consulting B.V. ® planschade en planschaderecht nieuwe Wet ruimtelijke ordening
|