Terug naar overzicht

Hieronder treft informatie aan m.b.t. geluid opgesteld door ons bureau en/of derden.
(Gebruik van deze informatie is geheel voor eigen risico, er kunnen op generlei wijze rechten of claims aan ontleend worden). Geluidmetingen in de bouw c.q. volgens het Bouwbesluit Geluidmeetset
Voor het verrichten van een geluidmeting in het kader van de NEN 5077 dient gebruik te worden gemaakt van een meetset dat voldoet aan de specificaties klasse-1 conform IEC-NEN 61672-1:2013. De meetketen kan bestaan uit een traditionele geluidniveaumeter voorzien van een octaaf- of tertsbandfilter ofwel een geavanceerde Real Time Frequentie Analyser. De octaaf- of terstbandfilters dienen te voldoen aan NEN-IEC 61260 Class 0 (Octave Band Filters and 1/3 Octave Band Filters).Voor het meten van equivalente geluid­drukniveaus dient de geluidmeter te voldoen aan de specifica­ties voor integrerende meetinstrumenten volgens klasse-1 IEC-61672-1 : 2013. De calibrator dient te voldoen aan IEC 60942:2017 . In het algemeen kan worden gesteld dat aan bovenstaande eisen wordt voldaan indien de meter is voorzien van een P.T.B. goedkeuring (Physikalisch-Technische Bundesanstalt).Gelet op de meetinspanning die een geluidmeting volgens  NEN 5077 vraagt verdient het de voorkeur tijdens de metingen gebruik te maken van een Real Time Analyser. Sommige leveranciers zijn hierop reeds ingesprongen door het leveren van een software pakket bij de analy­ser zodat in combinatie met een notebook-computer in situ de meetgegevens uitgewerkt kunnen worden.Bij het verrichten van nagalm-metingen ten behoeve van de correctie voor de in de ontvangruimte aanwezige geluidabsorp­tie, dient volgens de NEN 5077 in principe gebruik te worden gemaakt van een geluidbron die een continu ruissignaal afgeeft waarbij de nagalmtijd wordt bepaald door het uitschakelen van de bron. Voor het registreren van het uitdoven van het geluid nadat de bron is uitgeschakeld, kan gebruik worden gemaakt van een bandrecorder of een andere vorm van signaalgeheugen waarmee het signaal voor latere analyse wordt opgeslagen zoals bijvoorbeeld het geheugen van de analyser. Een andere wijze van registeren is het gebruik van een geluidniveau-schrijver waarbij per octaafband een nagalmcurve wordt bepaald. Bij het gebruik van een geluidniveau-schrijver dient er op te worden toegezien dat de registratiesnelheid van het apparaat voldoen­de is, bij veel geluidniveau-schrijvers is het op basis van dit gegeven niet mogelijk nagalmtijden lager dan 0,3 seconden te registreren hetgeen in specifieke (bewoonde) situaties met veel absorptie een probleem kan opleveren. Real time analysers hebben meestal de mogelijkheid om zowel de nagalmcur­ve als de berekende nagalmtijd vast te houden in het geheugen van het apparaat. Het dynamisch bereik van het meet­systeem dient ten minste 40 dB te bedragen gekop­peld aan een snelle registratie tijd.Meetcondities
Bij het verrichten van een geluidmeting in met name kleine ruimten dient men zich ervan bewust te zijn dat de degene die het meetinstrument bedient reeds een verstoring van het ge­luidveld veroorzaakt. Tevens wordt hierdoor extra absorptie en reflectie in die ruimte geïntroduceerd. De reflecties ten gevolge van het achter de geluidniveaumeter staan tijdens het aflezen van het meetinstrument, kan geminimaliseerd worden door ten minste een afstand van circa 50 cm afstand te houden. In kleine vertrekken kan het verstandig zijn om zelf niet plaats te nemen in de ruimte maar alleen de microfoon op te stellen en het afleesgedeelte buiten het ontvang vertrek. Alvorens te gaan meten verdient het in het algemeen de voorkeur in bijvoorbeeld nieuwbouw situaties de aannemer van te voren in kennis te stellen van het feit dat er geluidmetingen verricht gaan worden en daaraan een aantal voorwaarden te verbinden. Met name in nieuwbouw projecten is dit van belang. De voorwaarden waarvoor de aannemer/opzichter of uitvoerder moet zorgen zijn:1) Geen bouwvakkers, installateurs, stukadoors of behangers in de woningen werkzaam;
2) Bij woningblokken geen boor- of breekwerkzaamheden in aanpandige woningen;
3) Geen graafmachines of shovels in de omgeving bezig met graafwerkzaamheden;
4) Het project moet redelijk bereikbaar zijn met auto of busje i.v.m. de meetapparatuur, met name de luidspreker­combinatie;
5) Er moet in de woningen ofwel in nabije omgeving hiervan een elektriciteitsaansluiting zijn;
6) De woningen moeten veegschoon en glasdicht zijn;
7) De binnendeuren van de woningen dienen geplaatst te zijn;
8) Aangegeven moet worden waar de sleutels van de woningen te vinden zijn;
9) Bij voorkeur vooraf de plattegrondtekeningen, materialen en details toe laten sturen. De voorwaarden waarvoor degene dient te zorgen die de geluid­metingen verricht:
1) Apparatuur compleet en een eerste maal reeds gekalibreerd op kantoor;
2) Batterijen afdoende vol, bij voorkeur reserve-set;\
3) Verlengsnoer meenemen indien aansluiting op het lichtnet gewenst is;
4) Alle ramen, deuren en ventilatie voorzieningen in de uitwendige scheidingsconstruc­tie gesloten (bij gevelme­tingen de suskasten of roosters geopend);
5) Alle binnendeuren in de zend- en ontvangruimte gesloten;
6) Zorgen dat de geluidabsorptie gedurende alle metingen in de desbetreffende ruim­ten niet significant wijzigt. Binnen 5% gelijk. Dit geldt dus ook voor het aantal personen dat “meekijkt” tijdens het verrichten van metin­gen. Iedere persoon is immers weer absorptie in een ruimte.
7) Stoorgeluidbronnen zoveel mogelijk elimineren (ventila­tor, koelkast, wekkers, wasmachine van de buurvrouw, CV-pomp etc.);
8) Geen metingen verrichten als het buiten hagelt, regent, hard waait;
9) Geen buitenmetingen indien er een pak sneeuw ligt. Bepaling van de geluidisolatie tussen ruimten
Voor het bepalen van de karakteristiek isolatie-index voor luchtgeluid moet eerst het genormeerde luchtgeluidisola­tieverschil (Dnt) bepaalt te worden. Samenvattend hieronder nogmaals beknopt de formules. Dnt = Lz – Lo + 10 log (T/To) T = 0,5 of 0,8 seconden. Verminder voor iedere octaafband de berekende waarde van DnT met de bijbehorende normwaarde volgens ondestaande tabel. │Octaafbanden │ 125 Hz │ 250 Hz │ 500 Hz │ 1 kHz │ 2 kHz │Normwaarden │ 34 │ 43 │ 50 │ 53 │ 54 Normwaarden voor luchtgeluid
Uit de op deze wijze verkregen isolatie verschillen berekend met de isolatie-index (Ilu) voor luchtgeluid door het kleinste getal te nemen van: 1) gemiddelde v/d vijf isolatieverschillen;
2) het gemiddelde van de kleinste twee isolatie-verschillen vermeerderd met 2;
3) het kleinste isolatie-verschil vermeerderd met 4. Bereken de karakteristieke isolatie-index (Ilu;k) met de volgen­de formule. Indien de verhouding tussen (Vtot /3*Sz;vg) groter is dan 2,5 dient voor de berekening van de karakteristiek isolatie-index voor luchtgeluid Sz;vg gelijk te zijn gesteld aan Vtot/7,5 waarin Vtot het totale netto-volume is van alle deelruimten. Plaatsing luidsprekers
Zoals reeds eerder gesteld wordt bij het bepalen van de gelui­disolatie tussen ruimten c.q. woningen gebruik gemaakt van een kunstmatige geluidbron waarmee ruis wordt geproduceerd in het zendvertrek. De juiste opstelling van de ruisbron in het zendvertrek is een essentieel onderdeel van de metingen. Een verkeerde plaatsing van de luidspreker kan tot behoorlijke meetfouten leiden en vormt derhalve een belangrijk onderdeel van de meetprocedure, iets dat in de praktijk nogal eens wordt onderschat. De NEN-5077 maakt verschil tussen zend­ruim­ten die groter zijn dan 35 m2 waarbij de geluidbron op twee posities moet worden geplaatst en zendruimten die kleiner zijn dan 35 m2 waarbij volstaan kan worden met één positie. Bij een meting met 2 bronposities wordt het gemiddelde verschil over beide meetposities bepaald. De NEN-5077 geeft een aantal mogelijkheden voor de plaatsing van de luidsprekers bij de geluidsmeting. Doel is om het geluidveld dat invalt op de scheidingswand zo diffuus mogelijk te laten zijn. Om fouten in de praktijk te voorkomen beveel ik aan om, indien mogelijk, bij elke meting dezelfde meet­procedure te hanteren. Luidspreker positie 1 ligt in de drie­vlakshoek die wordt gevormd door: de wand tegenover scheidingswand tussen zend- en ontvangvertrek, de vloer en de buitengevel (uitwendige schei­dingsconstruc­tie). Ingeval er in de ruimte meer buitengevels zijn moet dié buitengevel worden genomen die als flankerend vlak direct aansluit op de scheidingswand. Als er meerdere buitengevels in de ruimte zijn die aan voor­noemde eisen vol­doen, dient het vlak met de grootste opper­vlak­te gekozen te worden. Als er geen buiten­gevel aanwezig is, moet een wand (inwendige scheidingsconstruc­tie) worden gekozen die als flanke­rend vlak direct aansluit op de scheidingscon­struc­tie. Luidspreker positie 2 ligt in de andere drievlakshoek die wordt gevormd door de vloer, de wand tegenover de scheidings­wand en een flankerend vlak (buiten gevel of wand) dat direct aansluit op de schei­dingswand. Indien het te meten scheidingsvlak een vloer betreft is het handigste om standaard het ontvangvertrek boven het zendver­trek te kiezen. De luidspreker wordt dan ge­plaatst in de drievlakshoek die wordt gevormd door de vloer, de buitengevel of indien niet aanwezig, een flankerend vlak dat aansluit op de scheidingsconstructie (meestal een dragende muur) en een kamerscheidende wand met de grootste afmetingen. Bij niet aan elkaar grenzende vertrekken moet de luidspreker in de drievlakshoek worden geplaatst die gevormd wordt door de vloer en twee scheidingsconstructies, bijvoorkeur een gevel met een wand waarbij de hoek gekozen moet worden die het verst is gelegen van het ontvangvertrek. Bij de opstelling van de luidspreker dient er voor gezorgd te worden dat het midden niet samenvalt met de symmetrie-as van de hoek waar deze wordt opgesteld. Daarnaast moet de afstand luidspreker – hoek maximaal 1,5 meter zijn en niet meer dan 0,5 meter. De directe omgeving van de geluidbron dient vrij gehouden te worden van objecten, obstakels of personen.
Geluidsmeter XL2

Geluidsmeter