Terug naar overzicht

Bestuursorganen zijn verplicht om bij de uitoefening van hun bevoegdheden de grenswaarden uit het Besluit luchtkwaliteit in acht te nemen. In de nota van toelichting bij het besluit wordt dat nader uitgewerkt en wordt aangegeven welke bevoegdheden uit de Wet op de Ruimtelijke Ordening het betreft, onder andere bij het wijzigen van bestemmingsplannen. Wanneer het Besluit luchtkwaliteit in acht genomen wordt heeft dat een aantal consequenties. De consequenties verschillen voor bestaande en toekomstige situaties.

1. Bestaande situaties Een bestaande situatie is een situatie die aansluit bij een bestemmingsplan dat voor 19 juli 2001 goedgekeurd is. In deze situatie mogen gevoelige objecten geplaatst worden op een terrein met overschrijdingen van de grenswaarde of plandrempel van stikstofdioxide of fijn stof. Zie “Wat zijn gevoelige bestemmingen? Let wel: de betreffende overheid kan bij de overschrijding van een plandrempel van ter plekke een nieuwe saneringssituatie creëren. Voor zo’n situatie is het opstellen van een luchtkwaliteitplan verplicht. In het geval van stikstofdioxide door de gemeente en in het geval van fijn stof door het rijk. Het verdient aanbeveling het plan zo in te vullen dat de plandrempel niet wordt overschreden of zo dat er een garantie is dat de concentratie van een stof niet wordt overschreden op het moment dat aan de grenswaarde moet worden voldaan. Ook wanneer op dit moment alleen de grenswaarde overschreden wordt, verdient het aanbeveling om te verifiëren of de concentratie van een stof de grenswaarde niet meer overschrijdt op het moment waarop aan de grenswaarde moet worden voldaan.

2. Toekomstige situaties Een toekomstige situatie is een situatie waarvoor een bestemmingsplan moe(s)t worden aangepast na 19 juli 2001. Wanneer het bestemmingsplan wordt aangepast om bewoning mogelijk te maken moet het Besluit luchtkwaliteit in acht genomen worden. Stikstofdioxide Het in acht nemen van de grenswaarden voor stikstofdioxide betekent dat een bestemmingsplan alleen gewijzigd mag worden, wanneer aangetoond kan worden dat deze in 2010 niet overschreden wordt. Wanneer er een plandrempel voor stikstofdioxide overschreden wordt, betekent dit dat het bestemmingsplan niet gewijzigd mag worden. Zwevende deeltjes Het in acht nemen van de grenswaarden voor zwevende deeltjes levert een complexe situatie op. Wanneer wijziging van een bestemmingsplan tot gevolg zal hebben dat mensen blootgesteld worden aan concentraties van deeltjes die de normen overschrijden, dient de situatie grondig geanalyseerd te worden. Hoe hoog zijn de concentraties? Zijn redelijkerwijs maatregelen denkbaar waardoor de luchtkwaliteit wel aan de normen voldoet of zo veel mogelijk? Dan moeten deze maatregelen getroffen worden. Is realisering van de betreffende bestemming ter plaatse noodzakelijk of zijn alternatieven denkbaar die tot gevolg hebben dat mensen niet of in mindere mate aan hoge concentraties fijn stof worden blootgesteld? Dan hebben deze alternatieven de voorkeur. Wijziging van het bestemmingsplan is alleen mogelijk nadat de gemeente na grondige analyse van de situatie gemotiveerd tot de conclusie komen dat: 1. maatregelen niet tot een algehele oplossing voor het luchtkwaliteitsprobleem voor fijn stof leiden en 2. er evenmin alternatieven voorhanden zijn. Wettelijke grondslag De grondslag voor het wijzigen van bestemmingsplannen bij overschrijding van de normen voor zwevende deeltjes is te ontlenen aan de nota van toelichting bij het Besluit luchtkwaliteit (p.29 in de tabel en p.48. punt 10. 4e bullet). Daar staat vermeld dat emissies voor fijn stof zo veel mogelijk teruggedrongen moeten worden. Dat heeft te maken met de aard van de problematiek. De concentraties van fijn stof zijn minder lokaal te beïnvloeden dan de concentraties van NO2. De toelichting bij het Besluit luchtkwaliteit geeft voor NO2 aan dat luchtkwaliteit expliciet in de afwegingen betrokken moet worden en dat met die normstelling rekening gehouden moet worden. NO2 is daadwerkelijk een onderscheidend criterium bij besluitvorming. Gezien het grootschalige karakter van de problematiek gaat dat op dit moment niet op voor fijn stof. De inspanningen moeten er op gericht zijn de fijn stof problematiek zo veel mogelijk te verminderen. Is daaraan gestalte gegeven dan kunnen concentraties van fijn stof geen beletsel zijn voor de wijziging van een bestemmingsplan. Gezien de aard van de fijn stof problematiek is het rijk verantwoordelijk voor het opstellen van een luchtkwaliteitplan dat er op gericht is de luchtkwaliteit in Nederland in overeenstemming te brengen met de grenswaarden voor fijn stof.