Terug naar overzicht

Asbest gezondheidsrisico’s

  1. Wat is asbest

    Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende minerale stoffen (silicaten), die zijn opgebouwd uit fijne vezels. Er bestaan een tweetal hoofdgroepen namelijk de groep van de serpentijnachtigen met als belangrijkste representant het zogenaamde ‘chrysotiel’ ofwel ‘ witte asbest’ en de groep van de amfiboolachtige stoffen met als belangrijkste vertegenwoordigers het ‘ crocidoliet’ ofwel ‘blauwe asbest’ en ‘amosiet’ ofwel ‘bruine asbest’. Asbest is een sterk, slijtvast, hittebestendig en goed isolerend materiaal dat onder meer is toegepast in plafondplaten, tussenwanden, ventilatiekanalen en isolatiematerialen.

    Aanvankelijk werd gedacht dat vooral de chemische samenstelling van asbest verantwoordelijk is voor de kankervorming. Dit leidde tot de veronderstelling dat blauwe asbest de boosdoener was en dat witte en bruine asbest door hun anderen chemische samenstelling minder gevaarlijk zouden zijn. Er zijn echter veel aanwijzingen dat juist de ‘vezelgeometrie’ – de lengte en diameter- van de asbestvezels bepalend is voor het veroorzaken van kanker. Een belangrijk gevolg van deze vezelgeometrie-theorie is dat voor het ontstaan van kanker niet uitmaakt wat voor soort asbestvezels wordt ingeademd:
    niet de chemische samenstelling, maar de afmetingen van de vezel bepalen het kankerproces.

    Risico’s voor de gezondheid

    Zolang asbestvezels gebonden zijn in harde platen kunnen zij geen kwaad. Voorbeelden zijn gevelplaten of beschilderde brandscheidingsplaten. Bij het werken met / verwerken van asbesthoudende materialen, kunnen asbestvezels echter loslaten. Deze komen dan vrij, gaan in de lucht zweven en kunnen via de inademing in de longen en door inslikken in de maag terechtkomen. Juist die fijne dunne vezeltjes blijven in de longen zitten en veroorzaken een geleidelijke vermindering van de elasticiteit van het longweefsel. Tevens kunnen zij ziektes veroorzaken als asbeststoflong (asbestose), longkanker en kanker van het borst- of buikvlies (mesothelioom). Daarnaast veroorzaakt asbest verdikkingen van het borstvlies. Genoemde ziektes zijn niet of nauwelijks te genezen. Asbestose geeft reeds na enkele jaren ziekteverschijnselen, longkanker na 15- 30 jaar, terwijl het mesothelioom vaak pas na 20- 40 jaar klachten geeft. Juist door de zeer late doch onherroepelijke effecten is het gevaar van asbest sluipend en groot: immers een onzorgvuldig hanteren van asbesthoudend materiaal leidt niet direct tot (onomkeerbare) gevolgen, maar geeft pas na jaren praktisch ongeneeslijke ziektebeelden. Een directe terugkoppeling ten aanzien van de methode van werken kan dus niet meer plaatsvinden.

  2. Geen veilige drempelwaarde, maar wel een norm voor maximale blootstelling

    Indien iemand asbestose ontwikkelt, neemt de ernst van de asbestose evenredig toe met de concentratie en duur van de blootstelling aan asbest. Veel personen met lichte vormen van asbestose vertonen geen aantoonbare longfunctieveranderingen. Voor asbestose bestaat dus een dosis effect-relatie en daarom is een veiligheidsnorm voor het maximale blootstellingniveau reëel.De kans op het ontstaan van longkanker en mesothelioom is afhankelijk van de concentratie en de duur van de blootstelling aan asbestvezels. De kans om longkanker of mesothelioom te krijgen, neemt toe naarmate de blootstelling aan asbestvezels groter is.Het asbestbesluit stelt dan ook dat in alle gevallen waarin met asbesthoudende materialen wordt gewerkt, de blootstelling aan asbestvezels moet worden beperkt tot het geringste niveau dat redelijkerwijs mogelijk is.

    Door jarenlang gebruik van asbest in Nederland bevat de lucht nu ook zonder werkzaamheden al aardig wat asbestvezels. Daardoor is er een norm voor toelaatbare hoeveelheid asbest in de lucht. Dit is de zogenaamde vrijgavenorm (zie §5 Normen).

  3. Concentraties asbest in binnen- en buitenlucht

In agrarische gebieden bevindt zich in elke liter buitenlucht ongeveer 1 vezel, in grote steden 5 tot 10 en bij verkeerstunnels 40- 80. In gebouwen worden asbestconcentraties gemeten van 0 tot 50 vezels per liter lucht. De belangrijkste vezelbronnen zijn autoverkeer en sloopwerkzaamheden. Een daling wordt verwacht door het steeds verder terugdringen van het gebruik van asbesthoudende remvoeringen. In Nederland werd in 1982 bijna 130.000 ton asbesthoudende bouwmaterialen gebruikt.



afbeelding 1


afbeelding 2
afbeelding 2
Een elektronenmicroscopische opname van asbestvezels in en vensterbanktegel
  1. Normen

Sinds 1 januari 1993 gelden de volgende normen (in vezels/ml. Lucht, gemiddeld over 8 urige werkdag).

  1. De grenswaarde voor blootstelling bij werkzaamheden aan asbest, die niet mag worden overschreden)
  • witte en bruine asbest max. 0,3 v/ml.*
  • blauwe asbest max. 0,1 v/ml.
  1. Bij werkzaamheden de actieniveaus waarboven veiligheidsmaatregelen verplicht:
  • witte en bruine asbest 0,1 v/ml. *
  • voor blauwe asbest is geen actieniveau (d.w.z. altijd alle veiligheidsmaatregelen nemen)
  1. Vrijgave niveau voor het weer gebruiken van ruimten door bewoners:
    1/20 van max. niveau
  • witte en bruine asbest 0,015 v/ml.
  • Blauwe asbest 0,005 v/ml.
* bij mengsels geldt waarde van crocidoliet (blauw asbest)

Een mens ademt gemiddeld 2 liter per minuut. In deze twee liter lucht mogen op grond van het vrijgaveniveau maximaal 30 vezels witte asbest zitten.

Voor informatie kunt u contact met ons opnemen

juli 2003