Terug naar overzicht

Hieronder treft informatie aan m.b.t. geluid opgesteld door ons bureau en/of derden.
(Gebruik van deze informatie is geheel voor eigen risico, er kunnen op generlei wijze rechten of claims aan ontleend worden). Identificatie van geluid

Bronnen in het vrije veld
Het aantal geluidsbronnen waarmee we in de bouwakoestiek te maken krijgen is erg groot; denk hierbij aan luidsprekers, muziekinstrumenten, technische installaties, menselijke stem etc.. De akoestische- en richtingskarakteristieken van deze bronnen kunnen enorm verschillen, gelukkig kunnen in de prak­tijk deze bronnen gemodelleerd worden door enkele theoretische geluid­bronnen. Voor het bepalen van de juiste meetmethode en meetgrootheid alsmede om een inschatting te kunnen maken van de afname van het geluiddrukniveau als functie van de afstand, is het van belang de akoestische eigenschappen van de bron te kennen. We kunnen in hoofdzaak de volgende akoestische bronnen onder­schei­den: 1. Monopool;
2. Dipool;
3. Vlakke bron;
4. Lijn bron.

In figuur 2.1. is voor een aantal bronnen in het vrije veld de afname van het geluiddrukniveau t.o.v. de afstand gegeven.

Identificatie van geluid Monopool
Dit is de meest eenvoudige geluidbron. Door de symmetrie van de bron worden er sferische golven geproduceerd in het omrin­gende medium. In de praktijk kunnen veel geluidbronnen op deze wijze worden beschreven. Dit type geluidbron kan het best worden verbeeld als een pulserende bol. Dipool
Dit type geluidbron kan het best worden beschreven als een losse luidspreker gemonteerd in een paneel die zowel naar voor als naar achter geluid uitstraalt. Dit type bron kan geschema­tiseerd worden als twee monopolen 180 graden uit fase op korte afstand van elkaar. Naar mate de afstand groot wordt t.o.v. de afmetingen van dit type bron gaat deze geluid­bron zich weer gedragen als een monopool. Vlakke bron
Een vlakke bron kan worden beschreven als een trillend vlak. Op grote afstand van het vlak zal dit vlak zich weer gedragen als een monopool. Lijnbron
Dit type bron kan worden beschreven als een oneindige lange rij onderling incoherente monopolen op onderling gelijke afstanden die samen een rechte lijn vormen. Bronnen in gesloten ruimten
Indien een geluidbron in een ruimte wordt opgesteld zal deze geluidbron normaliter uitstralen in alle richtingen. Indien het geluid vervolgens invalt tegen een wand of object, zal hierdoor het geluid (gedeeltelijk) reflecteren. Als het re­flec­terend lichaam akoestisch hard en een gesloten opper­vlakte structuur heeft, zal het geluid nauwelijks verzwakken ten gevolge van geluidabsorptie. De mate waarin het geluid bij reflectie wordt verzwakt, hangt af van de eigenschappen c.q. het materiaal van de reflecterende wanden of objecten. Door deze reflecties ontstaat binnen de ruimte een opslinge­ring van het geluid. Door de veelvoud aan reflecties binnen een ruimte zal er een min of meer diffuus geluidveld ontstaan. Dicht bij de geluid­bron zal de directe geluiduitstraling van de bron bepalend zijn terwijl verder van de geluidbron het gereflec­teerde geluid bepalend is. De afstand tot de bron waarbij het geluid­niveau van het directe geluidveld gelijk is aan het gereflec­teerde geluidveld wordt de galmstraal genoemd. Voor geluidme­tingen in ruimten kan op basis van deze afstand bepaald worden of de metingen in het directe geluidveld of het nagalmveld worden verricht. De formule voor het bepalen van de galmstraal luidt als volgt:
waarin:
Q = Richtingsfactor
Q = 1 (bron centraal in de kamer)
Q = 2 (bron centraal in wand)
Q = 4 (bron in hoek tussen wand en plafond)
Q = 8 (bron in drievlakshoek)
A = Totale ruimte absorptie in m2 open raam
a = Gemiddelde absorptiecoëfficiënt